DSC01505-bewerkt

Faillissementen en schuldsanering

Een faillissement van een persoon of een bedrijf, kan op eigen verzoek of op verzoek van een schuldeiser worden verzocht. Er moet sprake zijn van minstens 2 schulden, waarvan 1 opeisbaar, er minstens 2 schuldeisers zijn en er moet opgehouden zijn te kunnen betalen.

Voor een eigen aanvraag heeft u geen advocaat nodig. Indien het verzoek tot faillietverklaring wordt gehonoreerd wordt er een curator benoemd, die onder toezicht van de Rechter-Commissaris, is belast met het beheer en de verdeling van de boedel (het geheel van activa en passiva). Hierbij dient de curator rekening te houden met de rechten en aanspraken van alle betrokkenen, zodat een ieder krijgt wat hem of haar rechtens toekomt.

Het faillissement kan op een aantal verschillende manieren eindigen. Bij een persoon kan dit plaatsvinden door omzetting in een wettelijke schuldsanering (WSNP). Voorts kan het faillissement eindigen wegens een gebrek aan baten, waarbij er onvoldoende geld is om de kosten van het faillissement te betalen of door een vereenvoudigde afwikkeling, waarbij wel de kosten van het faillissement kunnen worden voldaan, maar er geen geld is voor de bijzondere (preferente) en gewone (concurrente) schuldeisers. In een ideale situatie is er voldoende geld om ook de bijzondere en gewone schuldeisers te betalen, maar in de regel is dit eerder uitzondering en zal meestal aan de gewone schuldeisers slechts een percentage uitkering kunnen worden gedaan, waarbij zij slechts een deel ontvangen van hun vordering. Ook is het mogelijk dat een faillissement eindigt omdat er een akkoord wordt aangeboden aan de schuldeisers, waarmee hun vorderingen worden afgekocht. Dit kan ook aantrekkelijk zijn voor de schuldeiser omdat deze dan meestal in een korter tijdsbestek betaling van (een deel van) zijn vordering tegemoet kan zien.

Schuldsanering

De wettelijke schuldsaneringsregeling “WSNP” is in feite een regeling die er op gericht is dat een natuurlijk persoon, gedurende een aantal jaar al het mogelijke doet om zoveel mogelijk inkomsten te verwerven en hierbij zo min mogelijk geld uit te geven. Het verschil tussen die inkomsten en noodzakelijke uitgaven is bestemd voor de aflossing van de schulden van die persoon. Dit verschil, het vrij te laten bedrag (VTLB) is nodig om maandelijks te kunnen leven, alsmede wat vrij te laten zaken zoals met name de inboedel van de woning, om zo het dagelijks bestaan te kunnen voortzetten. Voorts zal het aanwezig vermogen te gelde worden gemaakt en in de boedel worden gestort. Indien en voor zover aan het einde van de regeling aan alle wettelijke voorwaarden is voldaan, ontvangt betrokkene de zgn. “Schone Lei” en zijn de (rest)vorderingen niet meer afdwingbaar.

Mr Velthuizen is gespecialiseerd in het insolventierecht en wordt geregeld benoemd door de Rechtbank.

Direct contact